Stel je even voor: je kind zit op school, de les is net afgelopen en de meeste leerlingen grijpen direct naar hun telefoon. Een groepje staat in een hoekje te lachen om een filmpje op TikTok.
▶Inhoudsopgave
Een ander checkt wie er online is op Instagram. Je kind voelt de druk. Iedereen doet het, dus waarom zou hij of zij dan niet meedoen?
Dit is peer pressure in optima forma, en het gebeurt dagelijks in de schoolgangen.
Het is niet altijd makkelijk om hier als ouder mee om te gaan, maar gelukkig kun je je kind wel degelijk handvatten geven om hier gezond mee om te gaan.
Waarom die druk zo groot voelt
Omgaan met peer pressure begint met begrijpen waar die druk vandaan komt. Op school is sociale acceptatie alles.
Kinderen en tieners willen erbij horen. Als iedereen op Snapchat zit of de nieuwste game speelt tijdens de pauze, dan voelt het alsof je buitengesloten wordt als je dat niet doet. Het is een soort sociale valuta: wie de nieuwste trends kent en meedoet, heeft status.
De telefoon maakt dit extra ingewikkeld. Het is niet alleen een apparaat, het is een verbinding met de groep.
Uit onderzoek blijkt dat tieners gemiddeld wel vier tot vijf uur per dag op hun scherm kijken. Dat is een enorme hoeveelheid tijd, en een groot deel daarvan speelt zich af tijdens schooluren of direct na school. De angst om iets te missen, oftewel FOMO (Fear Of Missing Out), zorgt ervoor dat kinderen maar moeilijk hun telefoon kunnen wegleggen.
De signalen herkennen
Voordat je het gesprek aangaat, is het handig om te weten of je kind er daadwerkelijk mee worstelt.
Soms is de druk subtiel. Misschien merk je dat je kind ineens veel chagrijniger wordt als de telefoon leeg is, of dat hij of zij stiekem toch op de telefoon kijkt tijdens het huiswerk maken. Een ander signaal is de drang naar de nieuwste gadgets. Als klasgenoten allemaal de nieuwste iPhone hebben en jouw kind hierover begint te zeuren, dan is dat vaak een uiting van sociale druk.
Het gaat er dan niet om dat de telefoon kapot is, maar dat hij of zij erbij wil horen in de groep. Let ook op gedragsveranderingen: teruggetrokken gedrag of juist overmatig veel praten over wat anderen online doen.
Open communicatie als basis
De beste manier om je kind te helpen, is door het gesprek aan te gaan. Zorg dat er een open sfeer is waarin je kind veilig vertelt wat er op school gebeurt.
Vraag niet alleen "Hoe was het op school?", maar wees specifiek: "Wat deed je klasgenoot toen de bel ging?", of "Is er iemand die continu op de telefoon zit tijdens de les?" Luister zonder meteen te oordelen. Als je kind vertelt dat hij of zij toch even snel een appje heeft gestuurd tijdens de les, ga dan niet meteen boos worden. Vraag eerst waarom. Was het omdat iemand anders het ook deed?
Of omdat er een grapje werd gemaakt? Door te begrijpen wat de drijfveer is, kun je gerichter helpen.
Praktische tips voor op school
Thuis kun je regels afspreken, maar op school is het lastiger. Wat doe je als school minder streng is met schermtijd? Toch zijn er manieren om je kind weerbaar te maken.
De kracht van 'nee' zeggen
Veel kinderen vinden het moeilijk om nee te zeggen tegen vrienden. Oefen dit thuis.
Je kunt simpele scenarios spelen. Vraag: "Wat zeg je als een vriend vraagt om tijdens de les een filmpje te kijken?" Een goede weerstand is: "Ik wil niet, ik wil gewoon opletten." Het klinkt simpel, maar het uitspreken van een duidelijke grens geeft kracht. Leer ze ook dat 'nee' een volledig antwoord is.
Alternatieven voor schermtijd
Ze hoeven geen lange smoesjes te bedenken. Een simpele "Nee, dank je" of "Ik doe even niet mee" is vaak al voldoende.
Peer pressure rondom telefoons neemt af als er andere leuke dingen te doen zijn. Moedig je kind aan om tijdens de pauze iets anders te doen. Bijvoorbeeld een potje voetbal, een bordspel spelen of gewoon even een rondje lopen. Op steeds meer scholen worden telefoons tijdens de les verboden.
In Nederland is er sinds 2024 een landelijk verbod op mobiele telefoons, tablets en smartwatches in de klas, tenzij de leraar ze expliciet gebruikt voor de les.
Gebruik de telefoon als gereedschap, niet als speeltje
Dit helpt enorm om de sociale druk te verlagen. Als het apparaat in de tas zit, is de verleiding minder groot. Probeer het imago van de telefoon te veranderen.
Het is niet alleen een apparaat voor TikTok en Instagram, maar ook een handige planner of een manier om te leren. Er zijn apps die helpen bij het maken van een rooster of het leren van woordjes. Als je kind leert dat de telefoon nuttig kan zijn, voelt de druk om hem alleen voor sociale media te gebruiken minder groot.
De rol van de school
Vergeet niet dat je niet de enige ouder bent die hiermee worstelt. Scholen hebben een grote verantwoordelijkheid. Veel scholen hebben beleid rondom telefoongebruik. Ga in gesprek over het telefoonbeleid op school.
Als ouder kun je ook lotgenotencontact zoeken. Samen met andere ouders kun je een front vormen.
Als een school streng is en consistent handhaaft, dan verdwijnt de sociale druk om te appen vanzelf. Als iedereen zijn telefoon moet inleveren, is er geen groepsdruk meer om mee te doen. Dit werkt vaak beter dan individuele afspraken.
Samenwerken met je kind
Uiteindelijk gaat het erom dat je kind zelf de keuze maakt. Je kunt een paard naar het water brengen, maar je kunt het niet dwingen te drinken.
Daarom is het belangrijk om je kind medeverantwoordelijk te maken voor de regels. Stel samen een telefooncontract op.
Spreek af hoe lang er gebeld mag worden en wat de consequenties zijn als dit niet gebeurt. Betrek je kind hierbij. Als hij of zelf heeft meegepraat over de regels, is de kans groter dat hij of zij zich eraan houdt. Maak ook afspraken voor als je kind bij vrienden speelt.
Conclusie
Peer pressure rondom telefoongebruik op school is een uitdaging, maar het is niet onoplosbaar. Door open te praten, praktische weerbaarheidstraining te geven en samen te werken met de school, geef je je kind de tools om zijn eigen keuzes te maken.
Het gaat er niet om dat je kind nooit meer op zijn telefoon kijkt, maar dat hij of zij leert omgaan met de druk van buitenaf.
Dat is een waardevolle les voor het leven.
Veelgestelde vragen
Hoe kan ik mijn kind leren omgaan met de mobiele telefoon?
Om je kind te helpen met het gebruik van de telefoon, kun je samen afspraken maken over vaste momenten waarop de telefoon weg mag liggen, bijvoorbeeld tijdens het eten of voor het slapengaan.
Hoe ga je om met groepsdruk in de klas?
Daarnaast is het belangrijk om open te communiceren over de impact van de telefoon op hun dagelijkse leven en te kijken of er momenten zijn waarop ze zich onzeker voelen door het gebruik ervan. Om groepsdruk in de klas aan te pakken, is het cruciaal om een veilige omgeving te creëren waarin leerlingen openlijk over hun ervaringen kunnen praten.
Hoe help ik mijn kind van telefoonverslaving af?
Moedig ze aan om samen te brainstormen over manieren om met dergelijke situaties om te gaan en leer ze hoe ze zelfverzekerd 'nee' kunnen zeggen als ze zich ongemakkelijk voelen, zonder zich te laten onder druk zetten door de groep. Om te helpen bij een mogelijke telefoonverslaving, is het belangrijk om eerst te onderzoeken wat de oorzaak is. Probeer samen met je kind te begrijpen waarom ze zo vaak naar hun telefoon grijpen en bied alternatieve activiteiten aan die ze leuk vinden, zodat ze minder afhankelijk zijn van de telefoon voor plezier en bevestiging. Vanaf 1 januari 2024 is het gebruik van mobiele telefoons niet meer toegestaan op middelbare scholen.
Wat zijn de regels voor het gebruik van telefoons op scholen?
Basisscholen en het (voortgezet) speciaal (basis) onderwijs volgen dit voorbeeld en zullen het gebruik van telefoons in de toekomst ook beperken, waardoor leerlingen meer kunnen focussen op hun lessen en interactie met elkaar.
Wat is de 3-3-3-regel voor kinderen?
De 3-3-3-regel is een eenvoudige mindfulness-oefening die kinderen helpt om zich te concentreren op het huidige moment. Vraag je kind om drie dingen te noemen die ze kunnen zien, drie geluiden die ze kunnen horen en drie lichaamsdelen die ze kunnen bewegen, waardoor ze zich bewust worden van hun zintuigen en minder gedachten over de toekomst of het verleden hebben.